De Gele Kwikstaart

Theo Batstra:

De Gele Kwikstaart is een zomergast, die overwintert in Westelijk Afrika. Hij doet met zijn olijfgroene rug en fel gele buik zijn naam zeker eer aan. De blauwgrijze kop met brede witte wenkbrauwstreep is wat deze Gele Kwikstaart 'de onze' maakt want er zijn nogal wat ondersoorten van 'Motacilla flava', die vooral verschillen in de koptekening; vogeltaxonomen onderscheiden wel tien verschillende ondersoorten. Van de Engelse gele kwikstaart (‘M. flavissima’) is de status onduidelijk. Sommigen onderscheiden deze als een aparte soort, anderen classificeren eveneens als ondersoort.

Gele kwikstaarten hebben een voorkeur voor open landbouwgebieden met een dichte vegetatie tot 50 cm hoog. Tijdens het lopen wippen ze de staart regelmatig met felle schokkende bewegingen op en neer, het typische 'kwikken' van deze familie.

Het zijn insecteneters. Vaak zijn ze te zien tussen grazend vee, ze pikken dan de insecten op, die door de grote dieren worden opgejaagd. Soms zie je ze ook op een omheining van weide of akker zitten. De vlucht is meestal laag boven de grond en wordt gekenmerkt door golvende bewegingen.

Het nest wordt door het wijfje in een kuiltje gebouwd van gras, stengels en wortels, bekleed met haar. Het is uitermate goed verborgen in hoge vegetatie. Er worden 5-6 eieren in gelegd, die het vrouwtje uitbroedt. Beide ouders brengen de jongen groot.