Boerenzwaluwen tellen en ringen: een verslag
Nesten tellen:
Op 16 juni jl. hebben Theo Batstra en ondergetekende de bewoonde boerenzwaluwnesten geteld bij 20 adressen op de Koufurderigge en Smallebrugge. Het was mijn 2e jaar (vorig jaar samen met Willem Bogtstra) dat ik de nesten geteld heb. Een prachtige ervaring. We hebben meer nesten geteld dan vorig jaar. Vorig jaar 136 en nu 184. Ook Jan de Jong (onderzoeker en vogelringer van boerenzwaluwen) ziet dit terug in de binnenkomende cijfers. De 4 grote stijgers bij onze telling zijn Durk Piersma, Fam. De Vries, R.U. van der Kooi en mts Jellema.
Het is een prachtig gezicht om de boerenzwaluwen in de lucht te zien vliegen en ondertussen hun prooi vangen. Het zijn echte lucht acrobaten. En je ziet dan ook weinig insecten meer bij de stallen. De nesten zijn soms verborgen achter een plank of boven een licht armatuur maar Theo had een goede zaklamp bij zich, die zo’n 50 meter makkelijk overbrugt. En daarmee vind je bijna alle nesten. Soms is het in de oude boerderijen een doolhof met donkere ruimtes maar Theo kent alle vertrekken. Voor onze fûgelwacht zijn de totaal tellingen: 450 en vorig jaar 367.
Ringen:
Ik was ook wel benieuwd naar het vervolg van de tellingen. En zo bracht Durk van der Gaast mij in contact met Jan de Jong uit Joure, die als gecertificeerd vogelringer, sinds 1992 uitgebreid onderzoek doet naar de boerenzwaluwen in Friesland.
Boerderijen en schuren met meer dan 20 paren worden bezocht en waar mogelijk de oude vogels geringd en onderzocht en de jongen-productie bijgehouden. Vaak worden ook alle nestjongen geringd, als de nesten makkelijk te benaderen zijn.
Mijn 1e kennismaking is op 9 juli jl. bij Rink Groenveld aan de Louwewei te Jutryp. De netten werden voor de grote schuifdeuren van de ligboxenstal gespannen. Het tafeltje en 2 stoelen werden klaargezet en de attributen werden op het tafeltje uitgestald. Ondertussen hingen er al een aantal zwaluwen in de netten. Jan haalde ze uit het net en deed ze in een visleefnet. We hadden op een gegeven moment 3 leefnetten met zo’n 15 zwaluwen in ieder net.

Daarna begon het onderzoek aan het tafeltje. De vogels werden geringd en ringnummer, gewicht, vleugellengte etc. op papier bijgehouden. Een punctueel gebeuren, de zwaluwen ondergingen het heel rustig. Daarna werd de zwaluw in een ander leefnet gedaan en werden ze later buiten weer vrijgelaten. Hierna werden de nesten geïnspecteerd die in lage vertrekken (jongvee stal, bûthus) zaten. Bij de oude nesten van vorige jaren zat een kaartje met nummer aan het plafond van de vorige telling voor de administratie en bij een nieuw nest werd een kaartje met nummer aan het plafond geprikt. Vaak waren er 4 jongen en had Jan vier verschillende gekleurde zakjes waar ze afzonderlijk in kwamen. Idem had hij een vel papier met de 4 letters van de kleuren van de zakjes erop. Had hij een jong van zakje wit dan liet hij hem even een uitwerpsel op de letter W (van wit) doen en zo nam hij ze mee voor onderzoek naar het tafeltje. De jongen werden gewogen, hoe oud ze waren, lengte vleugel, M/V, en werd het uitwerpsel (poep) in een klein buisje gedaan voor onderzoek naar het RUG in Groningen en de gegevens genoteerd in GRIEL bestand van het Vogeltrekstation Wageningen, onderdeel van de Koninklijke Nederlandse Akademy van Wetenschappen (KNAW).
Op een gegeven moment weten de oudere zwaluwen dat er een net voor de schuurdeur hangt en laten ze zich niet meer vangen. Rond 10.00 uur hebben we de netten weer binnengehaald.
Op 20 juli ben ik ook nog mee geweest bij het ringen van de boerenzwaluwen bij Koop Koopmans. Het was een fijne ervaring om met zo’n vogelkenner als Jan de Jong mee te mogen helpen.
Van een geringde boerenzwaluw kreeg Jan op 5 augustus jl. een terugmelding: een verkeersslachtoffer.
Over Jan de Jong:
Jan heeft veel verteld over de boerenzwaluwen, over de verschillende ondersoorten, waar ze ’s winters verblijven; ja wat heeft Jan een kennis en een hele verzameling aan gegevens. Dit jaar heeft Jan al 1.300 boerenzwaluwen geringd en in totaal al 20.000. Alle gegevens die hij opgeschreven heeft worden digitaal verwerkt. En dan te weten dat hij het ringen van vogels al 50 jaar doet. En niet alleen boerenzwaluwen maar ook kleine trekvogels. Gelukkig heeft hij nu een opvolger gevonden voor het ringen van trekvogels bij Rohel, maar voor de boerenzwaluwen is nog geen opvolger gevonden en ja de leeftijd begint te tellen. Het ringen van de vogels is liefdadigheidswerk. Netten, ringen, autokosten en alle attributen worden niet vergoed. Terwijl het waardevolle gegevens oplevert. Daarnaast schrijft Jan sinds 1975 veel artikelen voor kranten (o.a. de Leeuwarder Courant), tijdschriften, jaarverslagen vogelwachtafdelingen etc.
Een eervolle vermelding zou voor zo’n enthousiaste man op z’n plaats zijn.
Jan heeft een eigen blog: https://blog.seniorennet.be/frieslandnatuurnieuws/
Voor de soorten die gevangen worden op de vangplek aan het Tjeukemeer kijk op www.trektellen.nl onder Rohel Tjeukemeer.
Een verslag van Mient Raap